Familierecht

Voorhuwelijkse schulden en een kort huwelijk

28-09-2016

 

Vaak vinden mensen het bij

 

een echtscheiding bijzonder onbillijk dat in geval van gemeenschap van goederen

ieder voor de helft deelt in het bezit en de schuld van de andere echtgenoot.

Onderstaande uitspraak is ook zo’n voorbeeld.

Op 14 juni 2016 heeft het

 

Gerechtshof Amsterdam een uitspraak gedaan in een geval waarin de man en de

vrouw in gemeenschap van goederen waren getrouwd (ECLI:NL:GHAMS:2016:2280). Zij

hadden beiden schulden van voor het huwelijk; de man had een totale

schuldenlast van  € 120.000,- en de vrouw

had  € 17.000,- schuld. De man en de

vrouw hebben elkaar over en weer niet geïnformeerd over deze schulden. De man

en de vrouw hebben nooit samen gewoond en het huwelijk werd al snel ontbonden.

Nu partijen in gemeenschap

 

van goederen zijn gehuwd, geldt dat beide echtgenoten ten opzichte van elkaar

ieder de helft van de schulden moeten dragen. De vrouw vindt dat niet eerlijk

en stelt zich op het standpunt dat in dit geval afgeweken moet worden van dit

uitgangspunt. In de rechtspraak geldt dat slechts in zeer uitzonderlijke

gevallen afwijking mogelijk is, en de vraag ligt dan ook voor of hier van

dergelijke uitzonderlijke omstandigheden sprake is. De rechtbank en het Hof

menen dat dit het geval  is nu het

huwelijk slechts kort duurde, partijen nooit hebben samen gewoond en de man een

meer dan gebruikelijke schuldenlast had.

Vermoedelijk gaan dit

 

soort discussies tot het verleden behoren nu de Tweede Kamer op 19 april 2016

heeft ingestemd met de Wet beperking gemeenschap van goederen. Hierin wordt

geregeld dat voorhuwelijkse schulden en voorhuwelijks vermogen niet in de

gemeenschap van goederen vallen. Hetzelfde moet gaan gelden voor de verkrijging

van schenkingen en nalatenschappen, ook als daarbij geen zogenaamde

uitsluitingsclausule is gemaakt. De wet moet nog wel goed gekeurd worden door

de Eerste Kamer.